Blauwfazantje
Uraeginthus bengalus
















De herkomst van dit blauwfazantje is West-Afrika, Senegal, Guinea, Ghana en Nigeria.
Het blauwfazantje wordt ca. 12 cm. groot.

Met betrekking tot de aanschaf zijn het geen dure vogels daarom ook komen ze veelvuldig voor in de volières. Daaruit zou men kunnen afleiden dat het sterke vogels zijn. Dat is echter niet waar men moet er erg voorzichtig mee omgaan.
De geslachten zijn goed te onderscheiden. De mannetjes hebben namelijk een rode wangvlek, iets wat bij de popjes ontbreekt. Het zijn verdraagzame vogels die gerust met andere soorten kunnen worden gehouden.
Het menu bestaat onder andere uit een gemengd tropisch zaad met wat extra millet, eventueel oud wittebrood (voorweken) en groenvoer.

Daar het van nature insecteneters zijn mogen insecten en ander dierlijk voedsel, zoals bijvoorbeeld meelwormen, beslist niet in het menu ontbreken.
In een ruime kweekkooi of volière gaan ze vaak wel over tot broeden. Ze bouwen hun nest graag in struiken en planten, waarbij hun voorkeur uitgaat naar doornstruiken. Als nestmateriaal gebruiken ze allerlei grashalmpjes en droog mos.
Het legsel bestaat veelal uit 4 tot 6 eitjes die circa 13 dagen worden bebroed. Bij de opfok van de jongen is alleen dan succes te verwachten als de ouders de beschikking hebben over dierlijk voedsel zoals boven beschreven en ze aan het opfokvoer zijn gewend voor de broedtijd begint. Naast het levend voer brengen de blauwfazantjes hun jongen ook groot met geweekt brood (denk om bederf!!!), gekiemde zaden en groenvoer. Ze hebben grote behoefte aan mineralen, die dan ook niet vergeten mogen worden. De jongen verlaten na circa 3 weken het nest en kunnen zich na 5 weken zelf redden.

De eerste weken van een jonge blauwfazant.

DAG 1 DAG 4 DAG 8 DAG 11

DAG 17 DAG 22 DAG 29 DAG 43