ZEBRAVINK
taeniopygia guttata



Zebravinken waren in het begin van de negentiende eeuw voor het eerst 
in Europa te zien. De naam kreeg deze vogelsoort vanwege de typerende 
streping op de borst bij de mannetjes die aan een streeppatroon van 
zebra's doet denken. Poppen missen dit kenmerk en ook de gekleurde 
dekveren van de oorstreek. Verder hebben zij ook een snavel die lichter 
van kleur is dan bij de mannen .

Voeding
In het wild voeden zebravinken zich, evenals andere grasvinken. 
Voornamelijk met kleinere zaden. Hierdoor zijn deze vogels in een volière 
ook erg gemakkelijk te verzorgen. De basis van het dieet wordt gevormd door een goed gevarieerd tropen mengsel. Populair zijn ook de zaden van grassen en groenvoer. Gedurende de broedtijd is eivoer nodig en af en toe worden ook kleine insecten gegeten.

Algehele verzorging
Zebravinken zijn geschikte vogels voor vluchten, kooien of volières. In het algemeen wordt koude wel verdragen. maar tegen het slechte weer in de winter hebben de vogels beschutting nodig. Een verblijf met kunstmatige verlichting en verwarming is aan te raden. Zebravinken zijn niet agressief. Ze kunnen in groepjes worden gehouden, zowel afzonderlijk als ook onderdeel van een gemengde collectie.

Broeden
Zebravinken bouwen een tamelijk los nest, waarbij beide geslachten het werk delen. Bij studies in het wild bleken de vogels gemiddeld ongeveer 300 afzonderlijke strootjes voor het bouwen te gebruiken, waarbij de kleinere stukjes tussen geweven werden als bekleding van het nestje. In een volière zal gebruik worden gemaakt van een kastje met open front ofwel van een nestmandje. Als de pop met leggen begint, moet al het nestmateriaal worden verwijderd. Gebeurt dat niet, dan bouwen de vogels boven de gelegde eitjes gewoon door, waardoor eieren verloren gaan. Als bodembedekking van het nest gebruiken zebravinken veren. Het kan voorkomen dat ze elkaar kaalplukken om aan deze veren te komen. 

Een gemiddeld legsel bestaat uit vier of vijf eitjes. maar soms worden er wel tot tien gelegd. De partners delen ook het broedwerk. De broedduur is minstens twaalf dagen, maar kan ook wat langer zijn. Dit hangt af van het tijdstip waarop het serieuze broeden begint.

De jongen groeien snel. Hun oogjes gaan open als ze net iets meer dan een week oud zijn. Het verlaten van het nest heeft plaats op een leeftijd van drie weken, maar een tijdlang keren de jongen naar het nest terug om er te roesten gedurende de nacht. De kenmerkende rode snavels beginnen op kleur te komen na ongeveer zes weken en de eerste rui heeft plaats op een leeftijd van twee maanden. 

Het volwassen worden gaat sneller dan bij andere soorten Australische grasvinken. Het komt soms voor dat een jonge man van pas negen weken oud al aan de voortplanting kan beginnen. Paartjes van minder dan drie maanden oud hebben wel met succes gebroed, maar het is beter te wachten tot de vogels minstens zes maanden oud zijn. Om legnood en andere problemen te voorkomen moet het aantal legsels per pop tot vier worden beperkt. Storingen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Zebravinken zijn goede ouders, maar bij jonge ouders gaan wel eens jongen verloren.


dag 1